Archive

Archive for the ‘Science Fiction’ Category

Als je het kunt bedenken…

August 1, 2011 Comments off

…Dan heeft iemand er porno over verzonnen.

Aldus de ijzeren wet van het Internet, ook wel bekend als Regel 34.

Charles Stross zou Charles Stross niet zijn als hij hier geen idee uit gehaald had. En dus heet zijn nieuwste roman in deze serie, na het eerste boek ‘Halting State’, heel toepasselijk ‘Rule 34’.

De laatste keer dat we Liz Kavanaugh, agente bij de politie van Edinburgh, zagen, was ze betrokken bij een zaak met vermissingen en financiële malversaties rond een online gaming bedrijf. Promotie heeft ze sinds ‘Halting State’ slechts zijdelings gemaakt, en tegenwoordig leidt ze de unit die ‘vreemde’ misdaden oplost die iets met de duistere zijde van het Internet te maken hebben. Als dan ook een rijke burger in zijn dure appartement wordt gevonden in omstandigheden die op een auto-erotisch ‘ongelukje’ lijken, is het precies Liz’s pech dat de officier ter plekke onraad ruikt en haar er bij haalt.

De andere personages in dit boek zijn nieuw. Anwar Hussein is een kruimeldiefje dat gezeten heeft voor online identiteitsfraude, en wanhopig probeert zijn leven weer op de rails te zetten. Hij krijgt een baan aangeboden die volkomen legaal is, maar te mooi lijkt om waar te zijn.

En de schimmige maffia-organisatie die alleen bekend is als ‘The Organization’ heeft één van zijn leden naar Edinburgh gestuurd om daar de organisatie van een verkoopnetwerk van voorwerpen, geproduceerd in portable kunststof-labs ter hand te nemen.

Een goede techno-thriller begint met een goed plot. Charlie weet deze drie verhaallijnen op onnavolgbare wijze aan elkaar te knopen tot een conclusie met een hoog “Holy Shit!” quotient.

Buiten het plot is Charlie opnieuw in staat om personages neer te zetten waarvan je wilt weten wat ze nu weer gaan doen; personages ook waar je mee mee leeft. Ook hier heeft hij weer een voltreffer; Liz Kavanaugh is haar gebruikelijke, licht afstandelijke zelf, Anwar is een sympathieke vent, en de vertegenwoordiger van ‘The Organization’ is een ijzingwekkende psychopaat.

Kinky en soms zelfs walgelijke inkijkjes in de zelfkant van een Internet van morgen; een blik op hoe identiteitsfraude, spam en de bestrijding daarvan zich zouden kunnen ontwikkelen, en dat alles geschreven in Charlie’s gebruikelijke heldere, licht sardonische proza. Met als bonus een extra personage: Edinburgh zelf, dat door Charlie liefdevol wordt neergezet op een manier dat je bijna de mensenmassa’s om je heen voelt.

Nadelen heeft ‘Rule 34’ bijna niet. De typische schrijfstijl in de 2e persoon enkelvoud is even wennen, maar wie dit in ‘Halting State’ overleefd heeft voelt zich meteen thuis. Grootse inzichten in de menselijke psyche en weidse philosophische vergezichten krijgen we ook niet, maar Charlie heeft dan ook geen pretenties in die richting.

Voor de liefhebbers van de betere thriller, een absolute aanrader; uitstekend geschreven vakwerk.

Space Opera: Revelation Space

June 17, 2011 2 comments

Eén van de meest miskende Science Fiction subgenres is Space Opera. Wat is Space Opera, hoor ik nu minder ingeleiden in de SF vragen?

Space Opera is een SF subgenre dat van grootse vergezichten houdt: het universum is gevuld met bewoonde planeten, als koloniën of onderdelen van een groter geheel (Galactische imperia zijn populair), de hoofdpersonen zijn ‘larger than life’, vaak archetypisch (de smokkelaar met een hart van goud, de autoritaire heerser, de dappere jonge held), en er is actie, heel veel actie, verspreid over dat hele grote universum.

Als je bij het lezen van de vorige alinea meteen aan ‘Star Wars’ denkt, dan ga je door voor het televisietoestel. ‘Star Wars’ is Space Opera in optima forma, met alle goede en slechte dingen die dat impliceert.

Space Opera is een genre waar altijd wat op neer gekeken wordt. Buitenstaanders zien het als het ultieme voorbeeld waarom genre fictie niet veel voorstelt. Men klaagt over de ééndimensionale karakterisering, de formulematige plots en de overdaad aan clichés.

Onder Science Fiction fans kan het meestal ook niet veel goeds doen. De kritieken van buitenstaanders worden gedeeld, en Space Opera krijgt gelijk ook een beetje de schuld van het feit dat de buitenwacht het vereenzelfigt met SF als geheel. Space Opera wordt een beetje gezien als de familie Flodder die de hele buurt naar beneden haalt.

Als klap op de vuurpijl is er het segment van ‘harde’ Science Fiction liefhebbers, dat Space Opera voor de voeten werpt dat het niet meer is dan ‘Fantasy in space’. Deze mensen willen Science Fiction graag met de ‘Science’ in hoofdletters. Als het niet direct afleidbaar is van bestaande wetenschap en technologie, dan is het al gauw niet goed genoeg meer. Zeker, dit is niet een meerderheidsstandpunt onder de SF-liefhebbers, die zonder sjoemelen met Einstein zeker 2/3 van hun favoriete lectuur kunnen weggooien, maar de ‘harde’ SF-fans zijn wel een zeer vocale minderheid. Een schrijver kan ze negeren, maar moet dan wel het vertrouwen hebben dat hij de rest van het publiek aan zich kan binden.

Space Opera is, na een tijd om bovenstaande redenen uit de gratie te zijn geweest, weer helemaal terug in de SF. Met name de nieuwe generatie van Britse schrijvers heeft zich er op geworpen, en is er in geslaagd om de zwakke punten wat uit het oog te werken, en de sterke punten juist te gebruiken om goede boeken te schrijven. Het sterkste punt van Space Opera is precies wat iedereen kent van ‘Star Wars’, en waar Tolkien ook op wees in zijn essays: het speelt in op de behoefte van de lezer om een compleet andere wereld te ervaren. Het epische karakter werkt meeslepend, en het gevoel dat er meer is in deze wereld dan alleen het naakte verhaal dat je nu aan het lezen bent intrigeert.

En dus zijn er tegenwoordig Peter F. Hamilton, die niet vies is van het correcte gebruik van versnelling en G-krachten in het schrijven van spannende ruimtegevechten; of Ian M. Banks (die ook mainsteam literatuur schrijft onder Ian Banks), die zich uitleeft in philosophisch speculeren hoe een economie van overvloed invloed heeft op hoe mensen tegen het leven aankijken (en tegelijk zijn enorme talent gebruikt om literair sterke SF te schrijven). En een relatieve nieuwkomer: Alastair Reynolds, een astrophysicus die hier in Nederland voor de ESA werkt, en sterk doorbrak met zijn debuut ‘Revelation Space’, een Space Opera met zeer sterke harde SF kenmerken: zijn kolonisten reizen langzamer dan het licht, en de vreemde effecten die daardoor ontstaan vormen belangrijke plotpunten.

‘Revelation Space’ begint met de archeoloog Dan Sylveste, die op de kolonie Resurgam onderzoek aan het doen is naar het lot van de oorspronkelijke bewoners, die honderdduizenden jaren geleden allemaal omgekomen zijn in een wereldwijde ramp, een Pompei op Galactische schaal. In het begin van het boek schakelt Reynolds meerdere malen heel snel tussen zijn gezichtspunt, en het gezichtspunt van de bemanning van een ‘lighthugger’, een ruimteschip dat zo genoemd is omdat het dicht tegen de snelheid van het licht reist. De vertelde tijd aan boord van het schip is te tellen in maanden op zijn hoogst, terwijl Sylveste’s lotgevallen ruim tien jaar beslaan.

Op het moment dat de paden van Sylveste en de bemanning elkaar kruisen vallen de plotlijnen samen en begint de lijn van het hoofdplot zichtbaar te worden. De hoofdpersonene beginnen zich af te vragen hoe het nu zit met de Fermi Paradox: als het universum zoveel mogelijkheden biedt tot de vorming van intelligent leven, waarom is het dan zo leeg? Sylveste’s onderzoek, en het verleden van de bemanning bevatten hints voor de oplossing van het mysterie, en in een steeds hectischer wordend tempo brengt Reynolds zijn verhaal tot een heftige climax. Dat het een debuut is laat zich merken doordat hij zich tijdens de climax beschuldigt aan wat tempovertragende ‘Scenery Porn’. Gelukkig is dit slechts materiaal ter grootte van één hoofdstuk, verdeeld over het laatste derde deel van het boek.

‘Revelation Space’ bevat alle ingrediënten voor een typisch meeslepend stuk Space Opera. Daar boven op geeft Reynolds ons een wereld waar maar heel weinig de loop wordt genomen met de wetenschappelijke realiteit zoals we hem nu kennen, dus het telt ook nog eens als harde SF. En als klap op de vuurpijl krijgen we interessante personages, met diepgang en archetypische trekjes, die er maar niet in slagen om gereduceerd te worden tot één archetype.

Reynolds schrijft groots en meeslepend. Hij laat hints vallen naar groeperingen en gebeurtenissen in het wijdere universum buiten het plot, en bouwt daarmee een geloofwaardige verhaalwereld die nieuwsgierig maakt en de lezer het gevoel geeft inderdaad een onbekende wereld in te stappen. De ontknoping van het verhaal hield me tot vier uur ‘s ochtends wakker. Ik durf te zeggen dat iedereen die denkt dat ‘Star Wars’ het definiërende werk is voor Space Opera aangenaam verrast zal worden door dit bewijs van wat er nog meer met dit genre mogelijk is.